Provincie Utrecht

Tak Johan Casper Volmaar

De gegevens komen van Dhr Th.Schinning in het kader van het onderzoek naar Volmer(s) in Amsterdam. Deze Caspar is de derde zoon van Johan Georg, en huwt met Anthonia van Swaninge, en wonen dan in Amersfoort. Caspar neemt dienst voor 8 jaar in het legercorps onder bevel van Majoor van Groen te Amersfoort. Hij wordt in 1817 vermeld onder de staf van het 4e bataljon Artillerie Nationale Militie Garnizoen te Nijmegen. In 1824 is hij gepensioneerd. In 1830 is hij huisknecht te Amersfoort en daar overleden. Als kinderen staan Charles en Frederik vermeld. Echter bij de volkstelling van 1830 komen er nog een paar kinderen voor de dag en wel Antonia, Elisabeth, Frits, Johann en Caspar. Deze zijn vermoedelijk geboren tussen 1809 en 1819 in de een of andere garnizoensplaats. Deze kinderen hebben dan de familienaam VOLMER. Een afstammeling van deze tak Dr Charles Volmer oogarts (overleden) heeft via briefwisseling contacten gehad met dhr Schinning en De Belgische onderzoeker Antoon Vollemaire. De briefwisseling is thans in mijn bezit. Dit samenwerkingsverband heeft geleid naar de stamhouder Valetin VOLMAR geboren te Mackenzeil (Duitsland).

Een bekend persoon uit deze tak is Prof Dr Johannes Gerardus Charlus Volmer (Wikipedia)

Levensloop

Volmer heeft zelf geen universitaire studie afgerond. In de 80er van de negentiende eeuw jaren was hij leraar boekhouden. In 1901 stichtte hij samen met Théodore Limperg en J.F. Bianchi in Nederland het eerste grotere accountantskantoor Volmer & Co. In 1904 stapte Volmer uit de maatschap wat door Limberg en Bianchi nog tot 1921 werd voortgezet.

In 1909 werd hij hoogleraar bedrijfshuishoudkunde aan de Technische Hogeschool in Delft met als leeropdracht "de bedrijfsleer en het boekhouden". Hierbij sprak hij de inaugurale rede uit genaamd "Iets over zakenwijsheid". In 1908 had hij een belangrijke invloed bij de oprichting van de onderwijsorganisatie van Handelshogeschool in Rotterdam.] Sinds 1914 was hij hier tevens buitengewoon hoogleraar Staatshuishouding, bedrijfsleer en boekhouding. Op 6 januari 1934 ging hij met emeritaat. In 1939 werd opgevolgd door Johan Frederik ten Doesschate.

In 1928 werd hij benoemd tot doctor honoris causa door de universiteit te Frankfurt am Main. Onder zijn studenten waren o.a. Ernst Hijmans en Vincent Willem van Gogh. Tot zijn promovendi behoren o.a. Anton Colijn, Nico Jacob Polak en Jan Goudriaan. Deze laatste zou in 1936 Volmers leerstoel in Delft overnemen.

Werk

Volmer heeft met zijn werk de fundamenten gelegd van de bedrijfskunde en de studie van de accountancy in Nederland.

Boekhouden

In 1892 publiceerde Volmer met P. Katz een geschrift over boekhouden bij de Romeinen, waarover hij in die tijd al een lovende kritiek ontving. In 1890er jaren maakte hij verder naam met de heruitgave van een serie oude Nederlandsche werkjes over het boekhouden. Ook bewerkte hij het 16e-eeuwse werk Pratique brčve pour tenir livres de compte ŕ la guise et maničre italienne. van Valentin Mennher.

In 1895 was hij medeoprichter van de Nederlands Instituut van Accountants, de eerste beroepsvereniging voor accountants in Nederland. Nadien zijn meerdere beroepsverenigingen ontstaan. In 1907 werkte hij zelf ook mee aan het oprichting van de Nederlandsche Accountants Vereeniging.

Bedrijfshuishoudkunde

Met de aanstelling van Volmer in 1909 maakte de Technische Hogeschool in Delft een begin met het onderwijs in bedrijfsleer en boekhouden Volmer was de eerste professor, die ingenieurs voorbereidde voor managementfuncties. Zelf definieerde hij zijn vakgebied als volgt:
"Bedrijfshuishoudkunde is de wetenschap, die zich bezig houdt met die wetten, die het in- en externe bedrijfsleven. Zij geeft daardoor tevens aanwijzingen met betrekking tot de „wijze, waarop bedrijven moeten worden bestuurd tot het verkrijgen en handhaven van een maximale werkdadigheid der „handelingen, om te komen tot maximal-returns, die zoowel „kunnen blijken uit: 1e. de gunstige verhouding tusschen de „verbruikte hoeveelheid energie en stof eenerzijds en de quantiteiten product anderzijds, als uit 2e. de gunstige verhouding „tusschen gelduitgaven (kosten) en inkomsten (provenuen)."
Taylorisme[bewerken]

Rond de Eerste Wereldoorlog raakte Volmer geďnspireerd door de ideeën van Frederick Taylor en zijn theorie over scientific management, en begon samen met Theo van der Waerden en Jac. van Ginneken deze ideeën in Nederland te propageren onder ingenieurs en accountants. De ingenieurs waren vooral geďnteresseerd in de "technische aspecten van het scientific management, zoals planborden en tijd- en bewegingsstudies."

Volmer had hoge verwachtingen van het Taylorisme. In macro-economisch opzicht vond hij "Taylorisatie noodzakelijk om de bloei van de industrie na de oorlog te garanderen, vooral ook vanwege de te verwachten concurrentie uit Duitsland". In het bedrijfsleven verwachtte hij dat het Taylorisme werknemers hogere lonen zou brengen en de werkgevers hogere winsten. Dat enthousiasme werd echter door weinigen gedeeld, daar men dat vooral zag als middel om het werktempo te verhogen.

IJzerenvoorraadstelse

In 1917 legt Volmer samen met E. Schmalenbach de grondslagen voor het ijzerenvoorraadstelsel, een voorraadbeheer methode die in het belastingrecht is vastgelegd. Dit stelsel houdt in "dat de normale ('gestadig aan te houden') voorraad grond- en hulpstoffen, goederen in bewerking en gerede producten bestendig wordt gewaardeerd naar het prijspeil bij invoering van dit waarderingsstelsel."


Tak Johan Casper Volmaar